ECLI:NL:PHR:2008:AZ6891
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing verhuisboedelvrijstelling en overdracht ingevoerde auto's binnen twaalf maanden
Belanghebbende bracht in 1996 twee personenauto's vanuit de Verenigde Staten naar Nederland en verkreeg vrijstellingsvergunningen voor BPM op grond van de verhuisboedelvrijstelling. De auto's werden binnen twaalf maanden na invoer verkocht, wat volgens de Inspecteur in strijd was met artikel 7 van Pro Verordening 918/83, die overdracht binnen die termijn verbiedt.
Het Hof oordeelde dat de overdracht onrechtmatig was en legde een naheffingsaanslag op, die belanghebbende betwistte. De Hoge Raad onderzocht de betekenis van 'overdracht' en het begrip 'bezit' in de context van de Verordening en het Europese recht, met name het arrest Feron van het HvJ EG.
De Hoge Raad concludeerde dat het niet de juridische eigendomsoverdracht is die telt, maar de feitelijke beschikkingsmacht over de goederen. De overdracht binnen twaalf maanden is verboden als de feitelijke macht overgaat, ongeacht eigendom. De zaak werd verwezen naar een ander hof vanwege onduidelijkheden over de waardering van de BPM en toepassing van de afschrijvingstabel.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de verhuisboedelvrijstelling en benadrukt dat de band tussen belanghebbende en goederen gedurende de relevante periode moet bestaan in termen van feitelijke macht en gebruik, conform het gemeenschapsrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.