ECLI:NL:PHR:2008:BB0454
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over duurzaamheidseis bij subjectief ondernemerschap en toepassing willekeurige afschrijving
In deze zaak staat centraal of de duurzaamheidseis die geldt voor het ondernemerschap ook van toepassing is op het subjectieve ondernemerschap van een vennoot in een vennootschap onder firma (VOF). Belanghebbende was vennoot in een VOF die een architectenbureau exploiteerde. Het Hof had geoordeeld dat de duurzaamheidseis ook op het niveau van het subjectieve ondernemerschap geldt en dat belanghebbende daarom geen ondernemer was in de zin van artikel 6 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 1964).
De Hoge Raad stelt dat de duurzaamheidseis uitsluitend geldt voor het bestaan van een objectieve onderneming en niet voor het subjectieve ondernemerschap. Het subjectieve ondernemerschap betreft de relatie van een persoon tot een objectieve onderneming en vereist geen extra duurzaamheidsvereiste. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en literatuur die dit onderscheid onderbouwen.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad de toepassing van de regeling van willekeurige afschrijving voor startende ondernemers. Het Hof had geoordeeld dat de regeling niet bedoeld was voor situaties waarin een belastingplichtige via een speciaal opgerichte VOF aanspraak maakt op deze fiscale faciliteiten. De Hoge Raad verwerpt dit oordeel en benadrukt dat de wetgever zich bewust was van dergelijke constructies en dat een beroep op fraus legis niet aan de orde is.
De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. Hiermee wordt bevestigd dat de duurzaamheidseis niet mag worden toegepast op het subjectieve ondernemerschap en dat de fiscale faciliteiten voor startende ondernemers ook gelden in de onderhavige constructie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het Hof-oordeel vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.