ECLI:NL:PHR:2008:BB3676
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt misbruik van bevoegdheid bij verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek in letselschadezaak
In deze verzekeringszaak gaat het om een verzoek van Fortis ASR Schadeverzekering N.V. om een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen, waarbij zij inzage wenst in het volledige medische dossier van de benadeelde partij, [verweester]. Fortis erkent de aansprakelijkheid voor het verkeersongeval van 23 oktober 2000, maar wil duidelijkheid over het causaal verband en de omvang van de schade. De benadeelde stelt echter dat er sprake is van pre-existente klachten en betwist het verzoek.
De Rechtbank en het Hof hebben het verzoek van Fortis afgewezen omdat het verzoek niet strekt tot een concreet deskundigenonderzoek, maar feitelijk een fishing expedition betreft om alle medische gegevens te verkrijgen. Het Hof oordeelde dat sprake is van misbruik van bevoegdheid, omdat het verzoek niet binnen de wettelijke kaders van artikel 202 en Pro volgende van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering valt.
Fortis stelt in cassatie dat het verzoek wel degelijk gericht is op een deskundigenonderzoek en beroept zich op artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad bevestigt echter het oordeel van het Hof dat Fortis het deskundigenbericht niet wenst maar slechts de medische stukken wil verkrijgen. Dit is misbruik van bevoegdheid en valt buiten de wettelijke mogelijkheden. De Hoge Raad wijst ook op het belang van privacy en de noodzaak van een evenwichtige belangenafweging in het bodemgeschil.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het oordeel van het Hof dat het verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek misbruik van bevoegdheid is, definitief komt vast te staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Fortis wordt verworpen en het oordeel dat sprake is van misbruik van bevoegdheid bij het verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek blijft in stand.