ECLI:NL:PHR:2008:BB3891
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over precariobelasting op leidingen in gemeentegrond en de bestemming voor de openbare dienst
In deze zaak staat centraal of de gemeente Rotterdam terecht precariobelasting heeft geheven op leidingen die onder gemeentegrond liggen. Belanghebbende exploiteert een leidingenbundel in speciale stroken die niet publiek toegankelijk zijn en geen deel uitmaken van de openbare weg. De gemeente legde een aanslag op, die door het hof werd vernietigd omdat de grond niet feitelijk voor de openbare dienst bestemd zou zijn.
De Hoge Raad bevestigt dat precariobelasting alleen kan worden geheven op voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond die feitelijk bestemd is voor de openbare dienst. Dit vereist dat de grond strekt tot algemeen nut en dat eenieder in beginsel belang kan hebben bij die grond. De enkele planologische bestemming is onvoldoende; feitelijke uitvoering en toegankelijkheid zijn doorslaggevend.
In casu oordeelt het hof dat de leidingstroken niet openbaar toegankelijk zijn vanwege verbodsbepalingen, bebording en omheiningen, en dat zij geen wezenlijke functie vervullen in het kader van de openbare dienst. De Hoge Raad acht dit oordeel niet onbegrijpelijk of onjuist en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
De uitspraak benadrukt de noodzaak van feitelijke bestemdheid en toegankelijkheid voor het heffen van precariobelasting en verduidelijkt de criteria voor wat als voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond geldt. Daarmee wordt de reikwijdte van precariobelasting beperkt tot grond die daadwerkelijk een openbare functie vervult.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente wordt ongegrond verklaard; de precariobelasting op de leidingen in de leidingstroken is onterecht geheven.