ECLI:NL:PHR:2008:BB4427
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over precariobelasting en bestemming gemeentegrond voor openbare dienst
In deze zaak staat centraal of de gemeente Rotterdam terecht precariobelasting heeft geheven op leidingen van belanghebbende die in gemeentegrond liggen. De gemeente stelde dat de grond voor de openbare dienst bestemd was, waardoor de belasting rechtmatig was. Belanghebbende betwistte dit, stellende dat de leidingstroken door omheiningen en verbodsbepalingen niet toegankelijk zijn en dus niet voor de openbare dienst bestemd.
Het Hof 's-Gravenhage oordeelde dat de leidingstroken niet toegankelijk zijn voor het publiek en geen deel uitmaken van de openbare weg of het verkeer dienen, waardoor geen sprake is van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en benadrukt dat het aan de gemeente is om aannemelijk te maken dat de grond feitelijk voor de openbare dienst bestemd is, wat inhoudt dat de grond strekt tot algemeen nut en in beginsel voor iedereen toegankelijk is.
De jurisprudentie en literatuur tonen aan dat het begrip 'voor de openbare dienst bestemd' niet alleen afhangt van formele bestemmingsplannen, maar vooral van feitelijke toegankelijkheid en nut. De Hoge Raad verklaart het beroep van de gemeente ongegrond, waarmee het oordeel van het Hof wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de gemeente ongegrond en bevestigt dat de precariobelasting op de leidingstroken niet rechtmatig is.