ECLI:NL:PHR:2008:BB4775
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardebepaling en schadeloosstelling bij onteigening van onroerende zaak
Deze zaak betreft een geschil over de waardebepaling en schadeloosstelling bij de onteigening van een onroerende zaak van Hungarian Inter Trade B.V. (HIT) door de Gemeente Schiedam. Centraal staat de vraag welke waarderingsmethode moet worden toegepast: de residuele grondwaardemethode of een waardering op basis van het bestaande gebruik. De rechtbank sloot zich aan bij de deskundigen die de waardering baseerden op het bestaande gebruik en verwierp de door HIT bepleite residuele grondwaardemethode.
HIT stelde in cassatie dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de residuele grondwaardemethode werd afgewezen, terwijl deze methode volgens HIT de juiste maatstaf was. De Hoge Raad overwoog dat de residuele grondwaardemethode inherent onzekerheden kent en dat de rechter een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de keuze van de waarderingsmethode. De rechtbank had voldoende gemotiveerd waarom zij de residuele grondwaardemethode minder geschikt achtte in deze zaak.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het onteigende object in delen mag worden gewaardeerd als die delen verschillende waarderingen rechtvaardigen. Ook de kostenveroordeling werd besproken, waarbij werd bevestigd dat in onteigeningszaken een ruime beoordelingsmarge geldt en dat de rechter niet verplicht is tot een gedetailleerde motivering van elke nuance in de afweging. Het cassatieberoep werd in zijn geheel verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Hungarian Inter Trade B.V. wordt verworpen; de waardebepaling en schadeloosstelling bij onteigening blijven ongewijzigd.