ECLI:NL:PHR:2008:BB6175
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid bij verkeersongeval met eigen auto en bewuste roekeloosheid werknemer
De zaak betreft de aansprakelijkheid van Akzo als werkgever voor de letselschade die werknemer [eiser] opliep bij een verkeersongeval met zijn eigen auto tijdens een werkgerelateerde rit. [Eiser] vorderde vergoeding van het deel van zijn schade dat niet door de aansprakelijke partij en diens verzekeraars werd vergoed, omdat hij ten tijde van het ongeval geen autogordel droeg.
De rechtbank en het hof Arnhem wezen de vordering af, stellende dat het niet dragen van de gordel bewuste roekeloosheid van [eiser] opleverde, waardoor de werkgever niet aansprakelijk was. Het hof overwoog dat art. 7:658 BW Pro (zorgplicht werkgever) niet van toepassing was omdat het ging om de eigen auto van werknemer en geen zeggenschap van werkgever over het gebruik bestond. Wel erkende het hof op grond van art. 7:611 en Pro 6:248 lid 1 BW aansprakelijkheid van Akzo, tenzij sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof vanwege een onjuiste toepassing van het criterium bewuste roekeloosheid. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het niet dragen van de gordel door [eiser] als bewuste roekeloosheid kon worden aangemerkt, terwijl [eiser] had gesteld dat hij dit gedrag niet als roekeloos ervoer maar ingegeven was door een traumatische ervaring. De zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.
De Hoge Raad bevestigt dat werkgever in beginsel aansprakelijk is voor schade van werknemer bij verkeersongeval tijdens werk, ook als de werknemer zijn eigen auto gebruikt, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. De zorgplicht uit art. 7:658 BW Pro is beperkt tot situaties waarin werkgever zeggenschap heeft over de werkplek en het gebruik van werktuigen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling vanwege onjuiste toepassing van het criterium bewuste roekeloosheid.