ECLI:NL:PHR:2008:BB7839
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toetsing vaste kostenvergoedingen voor directeuren en technisch personeel
In deze zaak staat centraal of de vaste kostenvergoedingen die een woningverhuurbedrijf aan haar directeuren en technisch personeel verstrekt, onbelast kunnen worden aangemerkt. De vergoedingen betreffen diverse kostensoorten zoals representatiekosten, lunchkosten, traktaties en kosten voor het thuis ontvangen van collega's.
Het Hof had geoordeeld dat sommige kosten, zoals lunchkosten en traktaties, niet in aanmerking komen voor onbelaste vergoeding vanwege onvoldoende regelmaat of omdat zij niet strekken tot kosten ter verwerving van loon. De inspecteur had een naheffingsaanslag opgelegd die deels werd verminderd door het Hof. Belanghebbende stelde cassatie in tegen onder meer de uitleg van het begrip vaste kostenvergoeding, de bewijslastverdeling en de toepassing van de Handleiding loonbelasting.
De Procureur-Generaal concludeert dat variabele kosten die zich niet in elk loontijdvak in gelijke mate voordoen, toch voor een vaste vergoeding in aanmerking kunnen komen indien aannemelijk is dat zij zich jaarlijks tot de veronderstelde omvang voordoen. Daarnaast wordt de eis van het Hof dat kosten relatief laag en zeer regelmatig moeten zijn, niet gedeeld. De bewijslast rust op de werkgever om aan te tonen dat de vergoeding niet tot het loon behoort. Ook wordt bevestigd dat de Handleiding loonbelasting geen rechtens bindende goedkeuring inhoudt. De naheffingsaanslag dient verder verminderd te worden tot een bedrag van ƒ 147.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd tot ƒ 147 en de vaste kostenvergoedingen worden deels onbelast erkend.