ECLI:NL:PHR:2008:BB8098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt risicoverdeling bij huur bedrijfsruimte in winkelcentrum Amicitia
In deze zaak staat centraal of de prestaties van de verhuurder van bedrijfsruimten in het winkelcentrum Amicitia voldoen aan de eisen die huurders daaraan mogen stellen. De huurders, waaronder Perry Sport B.V., stelden dat het winkelcentrum door tegenvallende bezoekersaantallen en andere omstandigheden gebreken vertoonde die de verhuurder moesten worden toegerekend.
De feiten betreffen een nieuw winkelcentrum met een bijzondere ligging en vormgeving, dat niet het beoogde succes behaalde. Diverse huurders beëindigden hun huur of staakten hun activiteiten. De verhuurder, een pensioenfonds, betwistte aansprakelijkheid en vorderde betaling van de huur.
De rechtbank wees de vorderingen van de huurders af, het hof oordeelde dat mogelijk sprake kon zijn van een gebrek door ondeskundige constructie van de toegangstrappen, maar verwierp verder de overige klachten en het beroep op dwaling en onvoorziene omstandigheden. De Hoge Raad bevestigt dat het risico van tegenvallende publieksaantallen en minder succesvolle exploitatie voor rekening van de huurder komt en dat dit niet als gebrek in de zin van art. 7:204 lid 2 BW Pro kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad benadrukt dat de wetgever met art. 7:204 lid 2 BW Pro niet beoogt om de risicoverdeling tussen huurder en verhuurder wezenlijk te wijzigen ten opzichte van de algemene maatstaf van art. 6:75 BW Pro. Keuzes die ondernemers maken bij het opzetten van een winkelcentrum en die achteraf minder succesvol blijken, zijn doorgaans voor hun eigen risico. De klachten van de huurders worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het risico van tegenvallende bezoekersaantallen komt voor rekening van de huurder.