ECLI:NL:PHR:2008:BB8106
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arrest Hoge Raad over schadevergoeding wegens bedrog bij koop grond door verzwijging bebouwingsmogelijkheid
Deze zaak betreft een koopovereenkomst uit 1996 tussen eiseres en verweerder 4 over een stuk grond in het centrum van een plaats. Centraal stond de vraag of er sprake was van bedrog door verzwijging van de mogelijkheid tot bebouwing van het terrein.
Eiseres stelde dat verweerder 4 informatie over de bouwmogelijkheden had verzwegen, mede gezien een toezegging van een wethouder van de gemeente aan verweerder 4. De rechtbank oordeelde dat het aan eiseres was om te bewijzen dat de definitieve wilsovereenstemming pas na dit contact was bereikt, maar dit bewijs werd niet geleverd. Het hof bevestigde dit oordeel na nadere bewijslevering.
In cassatie werden onder meer klachten geuit over bewijswaardering, bewijslastverdeling en procesverloop, waaronder het niet mogen ondervragen van getuigen door een gemachtigde. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden, omdat het ging om waarderingen van feitenrechters en procesregels die niet onjuist waren toegepast.
De Hoge Raad concludeerde dat de klachten ongegrond waren en verwierp het cassatieberoep, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bekrachtigd.