ECLI:NL:PHR:2008:BB8653
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid levering motorjachten bij executoriale veiling voorafgaand aan faillietverklaring
In deze zaak stond centraal of motorjachten die executoriaal waren geveild door de Ontvanger van de Belastingdienst vóór de faillietverklaring van de eigenaar rechtsgeldig waren geleverd aan de veilingkoper. De motorjachten werden op 26 oktober 2005 geveild en gegund, maar de faillietverklaring volgde op 27 oktober 2005. De levering vond plaats op 1 december 2005.
De curator stelde dat de levering niet rechtsgeldig was omdat de faillietverklaring de gerechtelijke tenuitvoerlegging onmiddellijk beëindigde, waardoor de Ontvanger niet meer beschikkingsbevoegd was. De voorzieningenrechter wees de vordering van de curator af, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat de motorjachten nog in de faillissementsboedel vielen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de levering pas met inschrijving van de akte van gunning rechtsgeldig wordt en dat deze inschrijving na faillietverklaring niet rechtsgeldig kon plaatsvinden. De gunning en betaling leiden niet tot een vermogensverschuiving vóór faillietverklaring. Hierdoor blijven de motorjachten onderdeel van de faillissementsboedel.
De Hoge Raad verwierp de klachten van de Ontvanger die stelden dat de gunning de executie beëindigde en dat de levering ondanks faillietverklaring rechtsgeldig kon zijn. Het arrest bevestigt het gesloten stelsel van het goederenrecht en de strikte toepassing van de Faillissementswet en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bij executoriale verkopen van registergoederen.
Uitkomst: De levering van de motorjachten na faillietverklaring was niet rechtsgeldig, waardoor de jachten in de faillissementsboedel blijven.