ECLI:NL:PHR:2008:BB9668
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige perspublicatie over vermeende corruptie van voormalig wethouder
De zaak betreft een geschil tussen voormalig wethouder van Delft en de politieke partij Leefbaar Delft over een advertentie en website-uitlatingen waarin de wethouder werd beschuldigd van corruptie. Na intern onderzoek en diverse gerechtelijke procedures oordeelde de Rechtbank dat de beschuldigingen onrechtmatig waren omdat zij geen feitelijke basis hadden. Het Hof bevestigde dit oordeel en benadrukte de ernst van de beschuldigingen en de negatieve impact op de reputatie en carrière van de wethouder.
Leefbaar Delft had in een advertentie in de Delftse Post en op haar website passages geplaatst waarin werd gesuggereerd dat de wethouder persoonlijk druk zou hebben uitgeoefend om regels te omzeilen en dat een waarderingsbijdrage als zwijggeld kon worden gezien. Deze uitlatingen werden niet ondersteund door het beschikbare feitenmateriaal, waaronder een intern onderzoeksrapport en videobanden met gesprekken tussen de wethouder en een ondernemer.
De Hoge Raad bevestigde dat de vrijheid van meningsuiting niet toereikend is om ongefundeerde ernstige beschuldigingen van corruptie te rechtvaardigen, ook niet in een politieke context. Het arrest benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige belangenafweging tussen het recht op vrije meningsuiting en de bescherming van eer en goede naam, waarbij politieke partijen extra zorgvuldig moeten zijn gezien hun invloed en bereik. De vordering tot rectificatie werd toegewezen om de onrechtmatigheid te herstellen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de beschuldigingen van corruptie onrechtmatig waren en wijst de vordering tot rectificatie toe.