ECLI:NL:PHR:2008:BC0383
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadeloosstelling bij vervroegde onteigening en bepaling peildatum
Deze zaak betreft een vervolg op een eerdere uitspraak van de Hoge Raad over de vaststelling van schadeloosstelling in verband met vervroegde onteigening van bedrijfsruimte te Alphen aan den Rijn. De kern van het geschil is de bepaling van de juiste peildatum voor de schadeloosstelling en de wijze waarop rekening moet worden gehouden met voortgezet gebruik en beschikbaarheid van vervangende bedrijfsruimte.
Na vernietiging van het eerdere vonnis door de Hoge Raad in 2003, werd de zaak verwezen naar het hof. Deskundigen onderzochten of passende vervangende bedrijfsruimte beschikbaar was en berekenden de schadeloosstelling op basis van verplaatsing naar een huurpand. Het hof nam het aanbod van voortgezet gebruik tot 1 april 2002 mee in de schadeloosstelling, maar de Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat dit aanbod tijdig was aanvaard, aangezien het aanbod pas na de datum van het vonnis tot vervroegde onteigening is gedaan.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de onteigende geen aanspraak kan maken op gelijk, maar slechts op gelijkwaardig gebruiksgenot van vervangende bedrijfsruimte. Ook de gehanteerde methode om de huurwaarde van het onteigende te vergelijken met de huurprijs van het vervangende pand wordt als aanvaardbaar beschouwd. Diverse klachten over winstgevendheid, fiscale gevolgen en stagnatieschade worden deels verworpen, deels gegrond verklaard. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling van de schadeloosstelling.