ECLI:NL:PHR:2008:BC0824
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nietigheid betekening dagvaarding en oproeping bij schorsing onderzoek
In deze zaak stond centraal of de nietigheid van de betekening van de dagvaarding en oproeping voor eerdere terechtzittingen moest worden aangenomen. De verdachte was gedagvaard voor meerdere zittingen, waarvan de dagvaarding voor de zitting van 11 oktober 2002 niet correct was betekend aan het juiste adres. Ook de oproeping voor de zitting van 2 december 2002 was niet op juiste wijze betekend.
De verdediging voerde aan dat deze gebrekkige betekening tot nietigverklaring moest leiden. Het hof verwierp dit verweer omdat de raadsman van de verdachte op de latere zittingen aanwezig was en zich niet op nietigheid had beroepen. De Hoge Raad bevestigt dat indien het onderzoek is geschorst en de verdachte of zijn raadsman op de nadere terechtzitting aanwezig is zonder tijdig nietigheid te betwisten, dit betekent dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.
De Hoge Raad benadrukt dat het niet aanstonds, dus niet op de eerstvolgende terechtzitting, voeren van een nietigheidverweer verenigbaar moet zijn met een behoorlijke en doelmatige rechtspleging. De aanwezigheid van een gemachtigde raadsman dekt niet automatisch een gebrekkige betekening. De Hoge Raad concludeert dat het hof het verweer terecht heeft verworpen en het cassatieberoep moet worden afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling blijft gehandhaafd.