ECLI:NL:PHR:2008:BC2205
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Voortzetting dienstverband en schadevergoeding na formele ontbinding wegens vervallen functie bij reorganisatie
In deze zaak staat centraal of de werkgever, Dumeco Boxtel B.V., in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld door niet met de werknemer in overleg te treden over voortzetting van zijn dienstverband na een formele ontbinding wegens vervallen functie door reorganisatie.
De werknemer was sinds 1992 voor 16 uur per week in dienst en had daarnaast een eigen bedrijf. In 2002 vond een reorganisatie plaats waarbij werd besloten over te gaan op een tweeploegendienst, wat de werknemer vanwege zijn eigen bedrijf niet kon accepteren. Partijen kwamen overeen de arbeidsovereenkomst per 1 november 2003 te beëindigen zonder vergoeding. Later bleek dat Dumeco definitief zou blijven werken met één ploeg, waardoor de grondslag voor ontbinding kwam te vervallen.
De werknemer vorderde schadevergoeding op basis van de kantonrechtersformule, stellende dat Dumeco onrechtmatig had gehandeld door niet met hem te overleggen over voortzetting van het dienstverband. De rechtbank en het hof wezen de vordering af, stellende dat de werknemer onvoldoende schade had onderbouwd en dat de kantonrechtersformule niet van toepassing was. De Hoge Raad bevestigt dat de werknemer slechts aanspraak kan maken op daadwerkelijk geleden schade en dat Dumeco in de gegeven omstandigheden in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld door niet te overleggen. De schadevergoeding wordt echter afgewezen wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de werknemer geen schadevergoeding ontvangt wegens onvoldoende onderbouwde schade ondanks strijd met goed werkgeverschap door werkgever.