ECLI:NL:PHR:2008:BC2207
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging geboortejaar in Nederlandse registers op basis van buitenlands vonnis en bewijs
De zaak betreft een verzoek op grond van artikel 1:27 BW Pro tot inschrijving van een verbeterde geboorteakte in de Nederlandse registers, waarbij het geboortejaar van de betrokkene gewijzigd zou worden van 1971 naar 1969 op basis van een Turks vonnis. De ambtenaar van de burgerlijke stand weigerde dit verzoek omdat het Turkse vonnis onvoldoende betrouwbare gegevens bevatte en niet voldeed aan de vereisten voor erkenning in Nederland.
De rechtbank sloot zich aan bij de ambtenaar en wees het verzoek af, stellende dat de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen erkenning van het Turkse vonnis. Het hof vernietigde dit vonnis en gelastte inschrijving van de verbeterde geboorteakte, mede gelet op aanvullend bewijs zoals verklaringen van broers en een school, en de onaanvaardbare situatie dat verschillende geboortejaren in het Turkse en Nederlandse paspoort stonden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuiste rechtsopvattingen hanteerde door te veronderstellen dat erkenning van het buitenlandse vonnis kan worden gebaseerd op aanvullend bewijs zonder dat is vastgesteld dat de gegevens waarop het vonnis is gebaseerd betrouwbaar zijn. Tevens is het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd, met name omdat het hof voorbijging aan het feit dat de betrokkene lang onder het foutieve geboortejaar heeft deelgenomen aan het maatschappelijk verkeer zonder nadere motivering.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gelegenheid wordt gesteld kennis te nemen van de stukken en zich daarover uit te laten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.