ECLI:NL:PHR:2008:BC2313
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de omvang van het hoger beroep bij meerdere tenlastegelegde feiten
In deze zaak is verdachte door het gerechtshof veroordeeld voor afpersing en vrijgesproken voor een ander feit. Het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in tegen de vrijspraak, zonder in de akte een beperking van het hoger beroep aan te geven. Het hof interpreteerde het hoger beroep echter als partieel, gericht alleen tegen het vrijgesproken feit.
De Hoge Raad stelt dat een beperking van het hoger beroep alleen kan worden aangenomen als deze uitdrukkelijk in de akte blijkt of later formeel is ingetrokken volgens de wettelijke regels. Verklaringen tijdens de zitting of in appelmemorie zijn hiervoor onvoldoende.
Verder benadrukt de Hoge Raad dat een verdachte met rechtsbijstand zich tijdens de zitting moet verzetten tegen een onjuiste beperking van het hoger beroep. In dit geval heeft de verdachte zelf gekozen geen hoger beroep in te stellen tegen zijn veroordeling, ondanks dat hij daar later spijt van had.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee dat het hof het hoger beroep ten onrechte had beperkt. Er werden geen gronden gevonden om het arrest ambtshalve te vernietigen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het hoger beroep niet beperkt mocht worden opgevat zonder uitdrukkelijke verklaring in de akte.