ECLI:NL:PHR:2008:BC2913
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over motiveringsplicht bij aftrekposten ontnemingsvordering na bankoverval
In deze zaak stond de vraag centraal of het hof voldoende had gemotiveerd waarom het de door de verdediging voorgestelde aftrek van de aanschafkosten van wapens van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet had aanvaard. De zaak betreft een ontnemingsvordering na een bewezenverklaarde bankoverval waarbij de verdachte en zijn mededader de buit gelijkelijk hadden verdeeld.
De verdediging had aangevoerd dat de aanschafkosten van de wapens als kostenpost in mindering gebracht moesten worden op het wederrechtelijk verkregen voordeel, vergelijkbaar met fiscale aftrekposten. Het hof verwierp dit standpunt, maar gaf geen gemotiveerde beslissing waarom dit verweer werd afgewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat op een dergelijk onderbouwd verweer een met redenen omklede beslissing moet volgen. Het ontbreken daarvan leidt tot vernietiging van het arrest van het hof. Ook is vastgesteld dat het hof vrij was in de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en dat de verbeterde lezing van de bewezenverklaring door de Hoge Raad geen wijziging in de aard van het bewezenverklaarde feit meebrengt.
De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling in hoger beroep, waarbij het hof de motivering over de aftrekpost alsnog moet geven.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de afwijzing van aftrekposten en de zaak wordt terugverwezen.