ECLI:NL:PHR:2008:BC3303
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid pandhouder voor schade door onrechtmatige onderhandse verkoop van verpande auto's
Pantapharma verstrekte een lening aan eiser met een pandrecht op 42 klassieke auto's als zekerheid. Na wanbetaling nam Pantapharma de meeste verpande auto's in bezit en verkocht deze onderhands, terwijl executoriale verkoop de wettelijke norm was.
Eiser stelde dat Pantapharma onrechtmatig had gehandeld door de auto's onderhands te verkopen tegen te lage prijzen, wat schade veroorzaakte. De rechtbank oordeelde dat Pantapharma aansprakelijk was en begrootte de schade op basis van het verschil tussen onderhandse verkoopwaarde en opbrengst.
Het hof stelde vast dat de schade berekend moet worden als het verschil tussen de executiewaarde minus verkoopkosten en de gerealiseerde opbrengst, omdat Pantapharma gerechtigd was tot executoriale verkoop. Eiser voerde cassatie in tegen deze schadeberekening en andere procesmatige beslissingen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel, overwegende dat eiser onvoldoende had gesteld dat hij door het niet volgen van executoriale verkoop de mogelijkheid tot lossing of onderhandse verkoop was ontnomen. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht een te late bewijsaanbieding van eiser terzijde had gelegd om verdere vertraging te voorkomen.
De uitspraak bevestigt dat schadevergoeding bij onrechtmatige onderhandse verkoop door een pandhouder wordt berekend op basis van het verschil tussen executiewaarde minus kosten en de werkelijke opbrengst, en benadrukt het belang van tijdige procesvoering.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de pandhouder aansprakelijk is voor schade door onrechtmatige onderhandse verkoop en dat de schade wordt berekend als het verschil tussen executiewaarde minus kosten en gerealiseerde opbrengst.