ECLI:NL:PHR:2008:BC3353
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en motivering van dwangsom bij omgangsregeling in familierecht
Deze zaak betreft een geschil tussen ouders over de omgangsregeling met hun vier kinderen na echtscheiding. De rechtbank Almelo stelde in 2005 een omgangsregeling vast waarbij de kinderen eens per twee weken bij de vader verbleven, en stelde toezicht in via een stichting. Na conflicten en meerdere procedures wijzigde de kinderrechter in 2006 de omgangsregeling en legde een dwangsom op voor niet-nakoming.
De vader ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat in 2007 de beschikking van de rechtbank vernietigde en een nieuwe omgangsregeling vaststelde met een dwangsom van €1.000 per keer dat de moeder niet meewerkt, tot een maximum van €15.000. De moeder stelde cassatie in tegen deze dwangsom en de wijze waarop het hof deze had opgelegd.
De Hoge Raad oordeelt dat een dwangsom ook voor het eerst in hoger beroep kan worden gevorderd en opgelegd, ook in verzoekschriftprocedures, en dat de rechter een discretionaire bevoegdheid heeft die in cassatie niet inhoudelijk wordt getoetst. De motivering van het hof, mede gelet op de eerdere problemen met de omgangsregeling, is voldoende. Klachten over onjuiste rechtsopvattingen en motiveringen worden verworpen. Het belang van het kind staat centraal bij de beoordeling van de toepassing van de dwangsom.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder tegen de dwangsom bij omgangsregeling wordt verworpen.