ECLI:NL:PHR:2008:BC3391
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
De zaak betreft twee echtgenoten die in 2005 werden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank Utrecht beëindigde de regeling voortijdig wegens niet-nakoming van verplichtingen, een beslissing die het hof te Amsterdam bekrachtigde. De schuldenaren stelden cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad overwoog dat een sollicitatieplicht en een inlichtingenplicht deel uitmaken van de verplichtingen van schuldenaren binnen de schuldsaneringsregeling. Het hof had deze plichten terecht aangenomen en de beoordeling van het hof was gebaseerd op een zelfstandige en zorgvuldige weging van het bewijs, waaronder de bevindingen van de bewindvoerder.
De klachten van de schuldenaren dat het hof onvoldoende had gemotiveerd of dat het uitsluitend schriftelijk bewijs had toegelaten, werden verworpen. De Hoge Raad benadrukte dat de rechter niet verplicht is om de rechtsgrond van elke verplichting expliciet te motiveren, noch om de exacte grenzen van vage normen aan te geven.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de schuldenaren tekort zijn geschoten in hun verplichtingen en dat de beëindiging van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen.