ECLI:NL:PHR:2008:BC3509
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor venten zonder vergunning ondanks verweer uitzondering winkel
Verdachte werd veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens overtreding van artikel 5.2.2 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Asten 2003, omdat hij zonder vergunning goederen te koop aanbood op straat. De verdediging voerde aan dat het handelen viel onder de uitzondering van lid 2 sub b van artikel 5.2.2 APV, die het afleveren van goederen aan vaste klanten door een winkel exploiterende persoon toestaat.
Het Hof heeft dit verweer niet gemotiveerd weerlegd, wat formeel een schending van art. 358 lid 3 Sv Pro oplevert. Desondanks leidt dit niet tot cassatie, omdat het bewezenverklaarde duidelijk maakt dat verdachte kazen te koop aanbood op straat en folders uitdeelde, wat niet onder de uitzondering valt. De Hoge Raad verduidelijkt dat het verweer faalt omdat het venten zonder vergunning betreft en niet het afleveren van bestellingen aan vaste klanten.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de bewezenverklaring ten aanzien van verkopen en afleveringen van kaas een kennelijke misslag bevat, omdat daarvoor onvoldoende bewijs is, maar dit doet niet af aan de ernst van het bewezenverklaarde. Het beroep wordt verworpen en de veroordeling tot een geldboete van €70, subsidiair één dag hechtenis, blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor venten zonder vergunning en wijst het cassatieberoep af.