ECLI:NL:PHR:2008:BC3663
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk onjuiste omzetbelastingaangiften en valsheid in geschrift onder feitelijke leiding van verdachte
De verdachte was als enig aandeelhouder en feitelijk leidinggever van [A] B.V. verantwoordelijk voor het opzettelijk onjuist doen van kwartaalaangiften omzetbelasting over meerdere jaren, waarbij te weinig belasting werd afgedragen. Tevens gaf hij feitelijke leiding aan het opmaken van valse facturen ten name van [B] B.V., die in de administratie werden opgenomen om de onjuiste aangiften te maskeren.
Bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van getuigen die de administratie verzorgden en de facturen opmaakten, proces-verbalen van de Belastingdienst en FIOD-ECD, en de aangiften zelf. De getuigen verklaarden dat verdachte de bedragen voor de aangiften bepaalde en opdracht gaf tot het opmaken van valse facturen. Verdachte erkende ter terechtzitting dat hij verantwoordelijk was voor de aangiften en op de hoogte was van de onjuistheden.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de getuigen onbetrouwbaar waren en dat verdachte dyslectisch was, waardoor hij zich niet met de administratie kon bezighouden. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof niet voldoende had gemotiveerd waarom het van het onderbouwde standpunt van de verdediging was afgeweken en dat het bewijs uitsluitend op de verklaringen van deze getuigen berustte.
De opgelegde straf door het hof was achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De Hoge Raad stelde dat de strafoplegging aan het hof is voorbehouden en dat de motivering voldoende was, maar vernietigde het arrest vanwege onvoldoende motivering van het bewijs en verwees de zaak terug naar het hof voor herbeoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling.