ECLI:NL:PHR:2008:BC4289
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor diefstal
De aanvrager is bij verstek veroordeeld voor diefstal gepleegd op 23 mei 2006 in een winkel te Enschede. Na het vonnis is nieuw onderzoek verricht op verzoek van de aanvrager, waarbij onder meer werd vastgesteld dat de verdachte op camerabeelden en foto's niet overeenkomt met de aanvrager, en dat er sprake lijkt te zijn van persoonsverwisseling.
Diverse verklaringen en bewijsstukken, waaronder een gespreksverslag waaruit blijkt dat de aanvrager op het tijdstip van het delict elders was, ondersteunen het vermoeden dat een ander persoon zich heeft voorgedaan als aanvrager. Hoewel de verklaringen van enkele betrokkenen tegenstrijdig zijn, wegen de nieuwe feiten zwaar genoeg om twijfel aan de schuld van de aanvrager te rechtvaardigen.
De Hoge Raad oordeelt dat het ernstig vermoeden van persoonsverwisseling voldoende is om de herzieningsaanvraag gegrond te verklaren, ook al is niet onomstotelijk bewezen dat de aanvrager onschuldig is. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling volgens art. 467 Sv Pro. Tevens wordt, indien nodig, opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis bevolen.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard wegens ernstig vermoeden van persoonsverwisseling; zaak verwezen naar gerechtshof voor nieuwe behandeling.