ECLI:NL:PHR:2008:BC4291

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10795 H
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 467 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor medeplegen schuldheling

Aanvrager werd in 1996 bij verstek veroordeeld door de Politierechter te Breda voor medeplegen van schuldheling tot een gevangenisstraf van één maand. Deze veroordeling werd onherroepelijk. In 2007 diende aanvrager een herzieningsverzoek in, gesteund op het vermoeden van persoonsverwisseling.

Ter onderbouwing werden onder meer een Franse aangifte identiteitsfraude, een verklaring van een familielid die toegaf de fraude te hebben gepleegd, een vervalst rijbewijs met aanvragers gegevens maar foto van de frauderende persoon, en een proces-verbaal met antecedenten van deze persoon overgelegd.

Een dactyloscopisch onderzoek door het KLPD toonde aan dat de vingerafdrukken van de veroordeelde niet overeenkwamen met die van aanvrager. Op basis hiervan werd onmiddellijke invrijheidsstelling bevolen. De Hoge Raad concludeert dat bij bekendheid met deze feiten de aanvrager vrijgesproken zou zijn en beveelt herziening en verwijzing naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en beveelt hernieuwde behandeling door het gerechtshof.

Conclusie

Nr. 07/10795 H
Mr. Knigge
Zitting: 29 januari 2008
Conclusie inzake:
[aanvrager]
1. Aanvrager van herziening is bij uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Breda van 25 april 1996 wegens "Medeplegen van schuldheling, meermalen gepleegd", bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand. Deze veroordeling is onherroepelijk geworden.
2. De herzieningsaanvrage is namens aanvrager ingediend door mr. W. Anker, advocaat te Breda.
3. De aanvrage steunt op de stelling dat er sprake is van persoonsverwisseling, nu de aanvrager niet de persoon is geweest die de in het bovengenoemde vonnis bewezenverklaarde feiten heeft begaan.
4. Ter staving van deze stelling zijn bij de aanvrage onder meer de volgende stukken overgelegd:
- een in de Franse taal gestelde aangifte terzake identiteitsfraude d.d. 16 februari 1996, gedaan door aanvrager bij de politie te Bobigny (Frankrijk);
- een in de Franse taal opgestelde verklaring van [betrokkene], een neef van de aanvrager, waarin deze toegeeft de identiteitsfraude jegens aanvrager te hebben gepleegd;
- een afschrift van het valse c.q. vervalste internationale rijbewijs met de gegevens van aanvrager maar met - kennelijk - een foto van [betrokkene];
- een in de Franse taal gesteld proces-verbaal met de antecedenten van deze [betrokkene].
5. Aan de hand van bovengenoemde stukken heeft de officier van justitie opdracht gegeven nader onderzoek te doen. Dit heeft geresulteerd in een proces-verbaal dactyloscopisch onderzoek van het KLPD, d.d. 24 mei 2007. De conclusie van het KLPD is dat de destijds in verband met de strafbare feiten afgenomen vingerafdrukken, d.d. 20 december 1995, niet overeenkomen met de op 23 mei 2007 door de aanvrager beschikbaar gestelde vingerafdrukken. De officier van justitie heeft naar aanleiding hiervan de onmiddellijke invrijheidsstelling van de aanvrager gelast.
6. Het voorgaande doet het ernstige vermoeden ontstaan dat de Politierechter bij bekendheid met deze omstandigheden de aanvrager zou hebben vrijgesproken.
7. Ik concludeer dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG