ECLI:NL:PHR:2008:BC5703
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij niet-naleving Betekeningsverordening ondanks verschijning geïntimeerde
In deze zaak stond centraal of een hoger beroep ontvankelijk kan zijn wanneer de betekening van de appeldagvaarding niet conform de Europese Betekeningsverordening en art. 56 Rv Pro heeft plaatsgevonden, maar de geïntimeerde wel is verschenen en verweer heeft gevoerd.
De curator van een failliet verklaard bedrijf had hoger beroep ingesteld tegen een vonnis dat de vordering van het failliete bedrijf tegen Safran afwees. De betekening van de appeldagvaarding in hoger beroep geschiedde niet volgens de Betekeningsverordening, maar slechts aan het kantoor van de procureur van Safran. Het hof verklaarde de curator niet-ontvankelijk wegens het niet voldoen aan de betekeningsvoorschriften.
De Hoge Raad stelde vast dat de Betekeningsverordening alleen sancties verbindt aan niet-naleving van de betekening indien de verweerder niet verschijnt. Verschijnt de verweerder wel, dan is het doel van de verordening bereikt en bestaat geen grond voor niet-ontvankelijkheid. De vraag of de dagvaarding als inleiding van het hoger beroep geldig is, valt buiten het bereik van de verordening en moet volgens nationaal recht worden beoordeeld.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verklaarde de curator ontvankelijk in zijn hoger beroep, waarna de zaak werd terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de curator ontvankelijk in het hoger beroep ondanks niet-naleving van de Betekeningsverordening bij betekening van de appeldagvaarding.