ECLI:NL:PHR:2008:BC5944
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid binnentreden en doorzoeking woning met toestemming ondanks onvoldoende uitleg rechten verdachte
In deze zaak werd verdachte verdacht van hennepteelt en wapenbezit. Na een anonieme melding en een warmteonderzoek bij de woning van verdachte, verkreeg de politie mondelinge toestemming van verdachte om zijn woning te betreden en te doorzoeken. Tijdens de doorzoeking werden hennepplanten en een boksbeugel aangetroffen. Verdachte voerde verweer dat de toestemming niet rechtsgeldig was omdat hij niet voldoende was geïnformeerd over zijn rechten en de gevolgen van het geven van toestemming.
Het hof verwierp dit verweer en stelde dat er geen sprake was van een onrechtmatig opsporingsonderzoek, mede omdat verdachte toestemming had gegeven. Ook oordeelde het hof dat het vragen om toestemming geen verhoor in de zin van artikel 29 Sv Pro was, zodat geen cautie hoefde te worden gegeven. Verdachte werd veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Het stelde dat niet-ontvankelijkheid van het OM slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde is en dat de raadsman onvoldoende had onderbouwd waarom dat hier zou gelden. De toestemming van verdachte maakte toepassing van dwangmiddelen overbodig en het warmteonderzoek was toelaatbaar zonder redelijk vermoeden. Ook werd geoordeeld dat het vragen om toestemming geen verhoor is en dat verdachte niet expliciet op zijn rechten hoefde te worden gewezen. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.