als verklaring van verbalisanten:
Op 6 januari 2005 werd door [slachtoffer 1] aangifte gedaan van bedreiging met zware mishandeling. Van deze bedreiging was een opname gemaakt. Deze opname is op dvd gebrand. Door ons werd de opname bekeken en beluisterd. Wij zagen dat NN1 (in samenhang met bewijsmiddel 5 begrijpt het hof: verdachte) achter het bureau zat en rookte. Een andere man, die verder als NN2 (in samenhang met bewijsmiddel 5 begrijpt het hof: [getuige]) aangeduid zal worden, was links in beeld te zien. Hieronder volgt een letterlijke weergave van het gevoerde gesprek.
NN1: Ik heb zo zitten te denken.
NN2: Ja.
NN1: Eerst wil ik dat de jongen, die in [plaats C] woont, die Joegoslaaf.
NN2: Ja.
NN1: eh ik heb zijn adres.
NN2: Ja.
NN1: Ik weet waar hij altijd naartoe komt.
NN2: Ja.
NN1: Of naar [B] of naar [C]. Naast de [B] heb je [C] ja, ken je die wel.
NN2: Ja, maar ik denk dat we gewoon 's nachts uhh.
NN1: Nee, nee, om die jongens, die moeten hem eerst kennen. Ze moeten natuurlijk geen verkeerde pakken.
NN2: Nee, nee, nee, is goed.
NN1: Moeten ze eerst hem kennen.
NN2: Ja, maar je hebt geen foto?
NN1: Liefst wel natuurlijk maar heb ik niet, nog niet ten minste.
NN2: Oh, maar geeft niks.
NN1: Kort haar, hij is zo groot als wij zeg maar, beetje donker, hij is heel druk, hij loopt altijd zo gek, zo'n beetje, beetje druk, hij is een junkie zeg maar.
NN1: Ja, maar dus dan eerst die jongen wil ik dan, zeg maar, ja maar hoe, hoe.
NN2: Gewoon, aanpakken...
NN1: Ja, aanpakken, ja, maar hoe, hoe gaan jullie aanpakken, dat wil ik eerst even weten. Hoe. Hoever?
NN2: Dat ligt aan jou of ze moeten naar ziekenhuis, maakt ons niks uit natuurlijk.
NN1: Ja, hij moet absoluut zijn been of zijn arm of zo. Een been van hem moet kapot of zoiets.
NN2: Als je iemand in elkaar stompt, dan ligt die meestal wel 2 à 3 weken in het ziekenhuis, dus dat maakt mij niet zoveel uit.
NN1: Ja, op zijn minst, zeker, hij moet net niet dood, zeg maar.
NN2: Nee, nee.
NN1: Je weet hoe de politie over denkt over zulke gozers... ja, maar dat is simpel ja, is opruimen die rotzooi. Dan wil ik eigenlijk voor hem een prijsopgave voor die jongen.
NN2: Alleen voor hem ja, dat wordt moeilijk. Het mooiste als we in een keer.
NN1: Ja, maar dat kan niet ja, dat kan nooit in een keer.
NN2: Nee, pak ze dan in twee weken. Dus eerst die jongen en dan een week later gaan ze daar naar toe.
NN1: Ja.
NN2: Wat jij graag wil, jij moet even zeggen wie er allemaal moeten zijn en op het moment als zij het weekend met die jongen bezig gaan en dan denk ik ook dat zij bij de Fatman, dat zij ook direct daar gaan observeren en dan gaan zij even kijken wie is wie of die en die er zijn volgende week.
NN1: Die twee broers. Kijk eerst die Joegoslaaf.
NN2: Ja.
NN1: En dan die twee broers. Die ene heet [slachtoffer 1] en die andere is [slachtoffer 2].
NN2: Eerst die Joegoslaaf en dan die andere twee. Verder nog andere dingen?
NN1: Op vrijdagavond het liefst. Dan is het het drukst, he, drukste dag.
NN1: Die ene, die [slachtoffer 1], die met die Audi. Zo'n sport Audi, weet je wel. Een grijze. Jij kent hem, ja.
NN2: Ja, van gezicht.
NN1: Of zullen we eerst die twee pakken en dan die Joegoslaaf.
NN2: Dat lijkt mij wel beter ja.
NN1: Als eerst die Joegoslaaf dan worden ze wakker he. Dan nemen ze maatregelen.
NN2: Dan zijn ze misschien niet meer alleen.
NN1: Precies.
NN2: Als je nu eerst [slachtoffer 1] pakt en dan [slachtoffer 2] en dan die Joegoslaaf. Want die Joegoslaaf die verwacht natuurlijk ook niks, want die twee die zijn broers.
NN1: Eerst die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2]. En dat, als dat gedaan is later dan wil ik een prijsopgave over die twee eerst.
NN2: Vier man, ik denk de man 2500.
NN1: Is het niet voor 8000? Als ik nou 8000. Het is kijk, die Joegoslaaf is heel simpel. Die kun je zo pakken. Hij gaat altijd naar de [C] op vrijdag of zaterdag. Het is heel makkelijk om hem te pakken, heel makkelijk. Ook bij zijn huis buiten of waar. Hij loopt altijd he, hij heeft geen auto niks, dus dat is ook makkelijk.
NN1: Dan begrijp ik 8000 daarvoor. Praat maar eerst met die jongens even.
NN2: Komt wel goed.
NN1: Ja, okee, dan hoor ik het vanzelf wel, ik bedoel, als hij in het ziekenhuis ligt is het voor mij alles klaar.
NN2: We stampen ze gewoon in elkaar, we hebben er geen wapens bij nodig, helemaal niks, niks.
NN1: Nee, nee, nee, nee. Ja liever wel. Zo'n beetje stokken met met zo'n...
NN2: Ja, nou, dat, dat...
NN1: Moeten moeten breken, iets breken, moeten breken, benen breken of uh handen breken weet je wel, armen breken heb ik liefst. Dat dat echt goed. Tanden eruit of zoiets, weetje wel, tanden.
NN2: Ziekenhuis.
NN1: Ja ja, liggen in bed, levenslang, dat is het mooist. Als je informatie wilt: of wat dan ook, bel mij even.
NN2: We nemen wat foto's, die laat ik je wel zien, als die jongens geweest zijn, dan rekenen we gelijk af.
NN1: Ik ben opdrachtgever, jij bent tussenpersoon ja.
NN2: Met een week of twee, drie dan is het wel gebeurd.
NN1: Ja, maar ik wil toch wel even een litteken voor levenslang.