ECLI:NL:PHR:2008:BC5971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij ontbreken bijzondere schriftelijke volmacht en onderzoeksplicht griffier
In deze zaak stond centraal of het hoger beroep van een rechtspersoon ontvankelijk was ingesteld door een administrateur zonder bijzondere schriftelijke volmacht van de bestuurder. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat aan de wettelijke vereisten van art. 450 Sv Pro niet was voldaan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof had moeten onderzoeken of de griffier de indiener van het beroep had gewezen op het vereiste van een bijzondere schriftelijke volmacht.
De Hoge Raad verwees naar eerdere arresten waarin werd bepaald dat bij het ontbreken van een volmacht het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep niet automatisch gerechtvaardigd is indien sprake is van ambtelijk verzuim door de griffier. De griffier heeft immers een zorgplicht om de indiener te informeren over de volmachtvereiste. Indien deze mededeling niet is gedaan, kan het ontbreken van de volmacht niet aan verdachte worden toegerekend en dient hij ontvankelijk te worden verklaard.
De Hoge Raad constateerde dat in deze zaak de griffier had moeten onderzoeken en vermelden of hij de indiener had geïnformeerd over het ontbreken van de volmacht. Dit onderzoek ontbrak, waardoor het arrest van het hof onvoldoende gemotiveerd was. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van het bestaande hoger beroep.
Daarnaast besprak de Hoge Raad de toepasselijkheid van deze onderzoeksplicht ook in cassatieprocedures, waarbij hij aangaf dat de Hoge Raad terughoudender is in het repareren van onvolkomenheden dan bij hoger beroep, maar ook daar coulance mogelijk is bij het ontbreken van een volmacht indien sprake is van ambtelijk verzuim.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met onderzoek naar ambtelijk verzuim.