5. Aanvrager stelt zich in de herzieningsaanvrage op het standpunt dat hij de hem verweten gedragen niet heeft begaan en dat sprake is van een persoonsverwisseling doordat een ander gebruik heeft gemaakt van zijn personalia. Hij voert daartoe in de aanvrage aan dat:
(i) hij ten tijde van het feit thuis lag te slapen, ter ondersteuning waarvan hij een verklaring van zijn echtgenote heeft overgelegd.
De ondertekende verklaring van de echtgenote van aanvrager van 10 maart 2006 houdt in dat aanvrager op de avond van woensdag 12 november 2003 omstreeks 22.00 uur thuis naar bed is gegaan en de volgende ochtend, donderdag 13 november 2004 (bedoeld is kennelijk: 2003) tussen 6.30 en 6.45 uur is vertrokken om op 7.30 op zijn werk in [plaats B] te zijn.
(ii) hij de ochtend van donderdag 13 november 2003, toen de aangehouden verdachte nog vast zat (zie boven: heenzending op donderdag 13 november 2003 te 14.25 uur) op zijn werk is geweest. Ter ondersteuning van deze stelling is bij de aanvrage een ondertekende brief van [betrokkene 2], magazijnchef bij [B] B.V. te [plaats B] van 13 september 2004 overgelegd. Deze brief houdt in dat aanvrager de gehele week 46 van 2003 heeft gewerkt. Bij de brief bevindt zich een kopie van een kaart betreffende "[aanvrager], 2003, week 46" waarop kennelijk de aankomst- en vertrektijd is afgestempeld althans ingetekend, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat aanvrager in die week vijf dagen heeft gewerkt telkens vanaf ongeveer 7.15 uur. De vierde kolom (naar ik aanneem betrekking hebbend op donderdag) vermeldt als aankomsttijd 7.14 uur en als vertrektijd 16.51. Voorts bevindt zich bij deze brief een "uren en kostenregistratie" betreffende "2003, weeknr. 46, naam [aanvrager]", waaruit kan worden afgeleid dat hij van maandag tot en met vrijdag heeft gewerkt. Als op donderdag gewerkte uren vermeldt deze kaart 9 (waaronder 0.75 overuren, hetgeen correspondeert met de vertrektijd die later was dan normaal). Beide aan de brief gehechte stukken zijn voorzien van een paraaf en een stempel van [B] BV.
(iii) de door de aangehouden verdachte afgelegde verklaring omtrent zijn adresgegevens en persoonlijke omstandigheden op diverse punten - in meer of mindere mate aantoonbaar - niet overeenstemt met de adresgegevens en persoonlijke omstandigheden van aanvrager.
(iv) de handtekening van de aangehouden verdachte onder de door hem afgelegde verklaring niet overeenstemt met de handtekening van aanvrager, ter ondersteuning waarvan een bij de aanvrage gevoegd afschrift van zijn huwelijksakte kan dienen.
(v) aanvragers broer [betrokkene 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, in het verleden na aanhouding door de politie, gebruik heeft gemaakt van aanvragers personalia, ter ondersteuning waarvan in de aanvrage is aangevoerd dat dit door deze broer ook zou zijn toegegeven tegenover de politie Zaanstad. Hiervan is volgens de aanvrage proces-verbaal opgemaakt onder nummer PL 1150-01-014799 (nr 01-044140). Dit proces-verbaal bevindt zich niet bij de aanvrage.
In de aanvulling op de aanvrage wordt nog aangevoerd dat:
(vi) de aangehouden verdachte heeft verklaard de autoruit te hebben ingeslagen bij wijze van vergelding omdat hem bij een ruzie ongeveer een maand eerder een tand uit de mond is geslagen, zulks terwijl bij deze aanvulling een verklaring van de tandarts van aanvrager van 7 oktober 2004 is overgelegd, waarin deze verklaart aanvrager op 3 september 2003 voor het eerst te hebben gezien en tot aan aanvragers laatste bezoek op 6 oktober 2004 niet te hebben kunnen constateren dat aanvrager is behandeld als gevolg van trauma.