ECLI:NL:PHR:2008:BC6841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van dwangsom bij doorhaling tweede hypotheek na echtscheiding
Partijen waren gehuwd met uitsluiting van huwelijksgemeenschap en hadden een woning in gemeenschappelijke eigendom. Na echtscheiding werd de woning aan de vrouw toebedeeld, waarbij de man verplicht werd de tweede hypothecaire inschrijving bij de bank te laten doorhalen. De rechtbank legde een dwangsom op voor het niet tijdig doorhalen van deze hypotheek.
De man kwam in hoger beroep tegen deze dwangsom, stellende dat de vrouw het hem onmogelijk maakte tijdig te voldoen, omdat zij eerst de overdracht van het aandeel van de man wilde regelen. Het hof bekrachtigde de beschikking en oordeelde dat de vrouw een redelijk belang had bij de doorhaling en dat de man geen gegronde redenen had voor het niet nakomen.
De Hoge Raad overweegt dat het hof terecht uitging van de verplichting van de man tot doorhaling en dat het opleggen van een dwangsom binnen de discretionaire bevoegdheid van de rechter valt. De klachten van de man over de motivering en de vermeende belemmering door de vrouw worden verworpen. Het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de dwangsom blijft van kracht.