ECLI:NL:PHR:2008:BC6907
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onvoldoende bewijs brandstichting door gegooid vuurwerk
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor het veroorzaken van een brand in een woning door het gooien van een stuk vuurwerk, een zogenaamde 'flashlight', op het balkon van de woning. Het hof achtte bewezen dat het vuurwerk tussen zeventig en dertig minuten voor de ontdekking van de brand op het balkon was gegooid en dat de brand in de slaapkamer nabij de balkondeur was ontstaan.
De verdediging voerde aan dat ook anderen in de buurt vuurwerk hadden afgestoken en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het causale verband tussen het handelen van verdachte en de brand aannemelijk was. De Hoge Raad overwoog dat het hof onvoldoende precisering gaf over het tijdstip van het gooien van het vuurwerk en het verloop van de brandontwikkeling. Het technisch onderzoek kon niet uitsluiten dat het vuurwerk de brand had veroorzaakt, maar gaf geen sluitend bewijs.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet met voldoende zekerheid had vastgesteld dat het handelen van verdachte de brand had veroorzaakt en dat andere oorzaken niet met grote mate van waarschijnlijkheid waren uitgesloten. Daarom was de bewijsconstructie onvoldoende en moest het arrest worden vernietigd. De Hoge Raad wees op het belang van een sluitende bewijsvoering en een goede motivering bij het vaststellen van het causale verband in brandstichtingszaken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende bewijs dat het door verdachte gegooide vuurwerk de brand heeft veroorzaakt.