ECLI:NL:PHR:2008:BC7904
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken raadsman bij indiening middelen
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens bedreiging met een misdrijf dat de algemene veiligheid in gevaar bracht, en kreeg een taakstraf opgelegd. Verdachte stelde zelf de middelen van cassatie op en deze werden namens hem ingediend door een advocaat met de opmerking dat de middelen door verdachte zelf waren opgesteld. De Hoge Raad stelt dat op grond van art. 437 lid 2 Sv Pro middelen van cassatie uitsluitend door een raadsman namens de verdachte mogen worden ingediend. Omdat de schriftuur niet voldeed aan deze eis, kon de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling nemen. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep. Hiermee wordt bevestigd dat de procedurele vereisten strikt moeten worden nageleefd om ontvankelijkheid te waarborgen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een raadsman bij indiening van de middelen.