ECLI:NL:PHR:2008:BC8036
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan schulden
De echtelieden hebben de rechtbank verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsanering wegens een schuldenlast van ruim €129.000. De schulden zijn ontstaan na aankoop en verbouwing van een woning en het vervroegd pensioen van verzoeker, waardoor het inkomen aanzienlijk daalde. De rechtbank oordeelde dat verzoekers niet te goeder trouw waren omdat zij nieuwe schulden zijn aangegaan terwijl zij wisten dat zij niet aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel na nadere bestudering van de financiële stukken en toelichtingen van verzoekers. Het hof vond dat verzoekers niet te goeder trouw waren bij het aangaan van financieringen binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek, en dat het te vroeg was voor toelating tot de schuldsaneringsregeling. Verzoekers stelden dat het geleende geld niet aan feest en vakantie was besteed, maar het hof achtte dit onvoldoende onderbouwd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep. De Raad benadrukte dat de goede-trouw-toets een gedragsmaatstaf is die zowel het ontstaan als het onbetaald laten van schulden betreft. De rechter heeft ruime beoordelingsvrijheid en hoeft niet alle stellingen van de schuldenaar te volgen als deze onvoldoende zijn onderbouwd. Ook het feit dat nieuwe schulden zijn aangegaan ter aflossing van oude schulden sluit afwijzing niet uit. De vijfjaars-termijn is een richtlijn, geen strikte regel, maar het hof heeft dit passend toegepast. De Hoge Raad concludeert dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en voldoende heeft gemotiveerd.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsanering wordt afgewezen wegens het niet te goeder trouw zijn bij het ontstaan van schulden.