ECLI:NL:PHR:2008:BC8415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging alimentatiebeding bij ingrijpende wijziging omstandigheden en redelijkheid en billijkheid
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van een alimentatiebeding met een niet-wijzigingsbeding in het echtscheidingsconvenant. De man verzocht om aanpassing van de alimentatie wegens een ingrijpende wijziging van zijn financiële situatie, onder andere door een nieuwe arbeidsovereenkomst met netto salaris en fiscale gevolgen.
De rechtbank wees het verzoek af, maar het hof oordeelde dat de gewijzigde omstandigheden, waaronder een daling van het bruto naar netto inkomen en het wegvallen van fiscale aftrek, een ingrijpende wijziging vormden die rechtvaardigde dat de man niet langer aan het niet-wijzigingsbeding gebonden was. Het hof stelde een nieuwe alimentatie vast.
De vrouw kwam tegen dit oordeel in cassatie. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de wijziging van de arbeidsovereenkomst niet voor risico van de man kwam en onvoldoende aandacht had besteed aan de samenhang tussen het niet-wijzigingsbeding en andere afspraken zoals het ontbreken van pensioenvoorziening. Ook had het hof niet duidelijk gemaakt dat het bij de nieuwe vaststelling van alimentatie zoveel mogelijk aansluiting zocht bij de oorspronkelijke afspraken.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofvonnis en verwees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van de juiste rechtsregels en motivering.
Uitkomst: Het hofbesluit tot wijziging van de alimentatie wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.