ECLI:NL:PHR:2008:BC8645
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring bezit kinderpornografische afbeeldingen ondanks betwisting opzet en bewijsvoering
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor het bezit van een gegevensdrager met 299 afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij minderjarigen betrokken waren. De verdachte betwistte het opzet en de bewijsmiddelen waarop het hof zijn oordeel baseerde.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder processen-verbaal van opsporingsambtenaren, verklaringen van de verdachte en getuigen, en digitale onderzoeken van in beslag genomen cd-roms en een computersysteemkast. Uit het onderzoek bleek dat de verdachte gericht kinderporno had gezocht en in bezit had, hoewel hij stelde dat ook anderen toegang hadden tot zijn computer.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het opzet van de verdachte aannam, mede gelet op zijn eerdere bekentenissen en het feit dat hij verwijderde bestanden op cd-roms had bewaard. Ook was het oordeel van het hof dat de bewijsmiddelen voldoende waren gemotiveerd, ondanks dat niet alle afbeeldingen afzonderlijk waren beschreven en het hof zich baseerde op het oordeel van de verbalisant.
Het cassatieberoep werd verworpen omdat de middelen onvoldoende waren om het oordeel van het hof te vernietigen. De Hoge Raad vond geen reden om ambtshalve in te grijpen. De veroordeling bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens bezit van 299 kinderpornografische afbeeldingen en verwerpt het cassatieberoep.