ECLI:NL:PHR:2008:BC8968
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verrekening van rekening-courantschuld bij aandelenoverdracht ondanks betwisting
In deze civiele zaak draaide het om de vraag of een voormalige directeur-grootaandeelhouder (DGA) van Belinog BV, na verkoop van zijn aandelen aan Stichting [A], nog een rekening-courantschuld aan Belinog had. Belinog vorderde betaling van ƒ466.900,06, terwijl de DGA betwistte dat een groot deel van deze schuld niet was voldaan, stellende dat verrekening met de koopprijs had plaatsgevonden.
De rechtbank verwierp het primaire verweer dat een overeenkomst van 22 juli 1997 ook op de rechtsverhouding tussen Belinog en de DGA van toepassing was. Het hof stelde vast dat een bedrag van ƒ375.000,- door verrekening was voldaan, maar oordeelde dat voor het meerdere geen overeenstemming bestond. Diverse getuigenverklaringen en financiële analyses ondersteunden het oordeel van het hof, ondanks tegenstrijdige verklaringen van betrokkenen.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof zijn bewijsoordeel zorgvuldig had gemotiveerd en dat het primaire cassatiemiddel geen cassatiegronden bevatte die beantwoording behoefden. Wel oordeelde de Hoge Raad dat het hof de positieve zijde van de devolutieve werking van het hoger beroep had miskend door een niet-prijsgegeven verweer niet te behandelen, waardoor het incidentele cassatiemiddel slaagde en het arrest werd vernietigd en verwezen.
Uitkomst: Het incidentele cassatieberoep wordt gegrond verklaard wegens niet-behandeling van een niet-prijsgegeven verweer, arrest vernietigd en zaak verwezen.