ECLI:NL:PHR:2008:BC9343
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering samengestelde rente en ongerechtvaardigde verrijking na koop aandelen
Deze zaak betreft een langdurig geschil tussen de erfgenamen van wijlen [betrokkene 1] en de vennootschappen KNP en Feldmühle over de betaling van de koopsom en rente bij de verkoop van aandelen in 1969. De kernpunten betroffen de vraag of KNP en Feldmühle nog rente verschuldigd waren over een bedrag dat in 1975 gedeeltelijk was voldaan en of de erfgenamen aanspraak konden maken op een schadevergoeding in de vorm van samengestelde rente wegens niet tijdige betaling.
De rechtbank Maastricht stelde in 1994 vast dat er vertragingsrente verschuldigd was, maar wees een vordering tot samengestelde rente af. In hoger beroep bevestigde het hof deze afwijzing en oordeelde dat een nieuwe vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking niet toelaatbaar was, mede vanwege het gezag van gewijsde en het overgangsrecht. De Hoge Raad verwierp in eerdere arresten eveneens de vordering tot samengestelde rente.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof ten onrechte een te laat aangevoerde grief had gehonoreerd en dat de afwijzing van de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking onjuist was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de grief over de rente had gehonoreerd en dat de afwijzing van de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking gegrond was, mede omdat de vordering feitelijk neerkwam op een reeds afgewezen samengestelde rentevordering. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot vergoeding van samengestelde rente en ongerechtvaardigde verrijking wordt afgewezen.