ECLI:NL:PHR:2008:BD0136
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep gefailleerde op onverschuldigde betaling in faillissementsprocedure
De zaak betreft een cassatieberoep van een gefailleerde tegen het arrest van het gerechtshof dat het faillissement heeft bevestigd. De gefailleerde stelde dat hij geen betalingsverplichting had wegens onverschuldigde betaling door de schuldeiser, en dat het faillissement daardoor onterecht was.
Het hof oordeelde dat het vorderingsrecht van de schuldeiser summierlijk was komen vast te staan en verwierp het beroep op onverschuldigde betaling op grond van artikel 6:204 BW Pro omdat de gefailleerde dit niet voldoende had onderbouwd. Tevens wees het hof het bewijsaanbod af omdat het niet ter zake dienend was.
De Hoge Raad verwerpt de middelen van de gefailleerde, onder meer omdat het hof wel degelijk op de klachten heeft gereageerd, de motivering toereikend is, en algemene bezwaren tegen de faillissementswetgeving niet tot cassatie kunnen leiden. Het arrest van het hof wordt bekrachtigd en het faillissement blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het faillissement wordt bevestigd.