ECLI:NL:PHR:2008:BD0420
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na overval met medeplichtigheid en verdeling buit
De zaak betreft een ontnemingsprocedure tegen betrokkene die samen met een mededader een overval heeft gepleegd waarbij een groot geldbedrag werd verduisterd. Betrokkene voerde aan slechts een ondergeschikte rol te hebben gespeeld en stelde dat de buit in vijf delen was verdeeld onder meerdere betrokkenen.
Het Hof heeft geoordeeld dat betrokkene met de volledige buit is vertrokken en dat de gehele opbrengst als wederrechtelijk verkregen voordeel aan hem moet worden toegerekend. Het verzoek van betrokkene om meerdere getuigen te horen over de verdeling van de buit en financiële positie werd afgewezen wegens onvoldoende relevantie en onderbouwing.
De Hoge Raad bevestigt dat de ontnemingsrechter gebonden is aan de bewezenverklaring in de hoofdzaak, maar wel een zelfstandig oordeel kan vormen over de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het enkele feit dat anderen mogelijk een deel van de opbrengst ontvingen, leidt niet tot vermindering van het bedrag dat aan betrokkene wordt toegerekend. De middelen van betrokkene worden verworpen en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat betrokkene het volledige wederrechtelijk verkregen voordeel moet betalen en wijst het cassatieberoep af.