ECLI:NL:PHR:2008:BD0667
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing overgangsrecht bij appeltermijn in Antilliaanse civiele procedure
In deze civiele zaak tussen partijen die in 1970 zijn gehuwd en in 1991 zijn gescheiden, vordert de vrouw de verdeling van pensioenrechten die niet waren betrokken bij de oorspronkelijke boedelscheiding. Na diverse tussenvonnissen en een eindvonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg (GEA) dat de vorderingen van de vrouw grotendeels toewijst, stelt de man hoger beroep in. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de appeltermijn van dertig dagen (oud recht) of zes weken (nieuw recht) van toepassing is, nu het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen (RvNA) op 1 augustus 2005 in werking trad.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het overgangsrecht, met name artikel 11 en Pro 11a van de Landsverordening Overgangsrecht, en concludeert dat voor de mogelijkheid en termijn van het aanwenden van rechtsmiddelen zoals hoger beroep beslissend is of de uitspraak in eerste aanleg na 1 augustus 2005 is gedaan. De nieuwe termijn van zes weken is dus van toepassing, ook al was de procedure vóór die datum aanhangig. Dit wordt bevestigd door de wetgever en de jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het beroep van de vrouw dat de terugwerkende kracht van deze regeling onaanvaardbaar is en in strijd met onder meer het Statuut, de Staatsregeling, het EVRM en het Eerste Protocol, wordt verworpen. De Hoge Raad overweegt dat terugwerkende kracht slechts is toegestaan indien de wetgever dit ondubbelzinnig bepaalt, en dat de regeling gericht is op rechtszekerheid en het voorkomen van rechtsonzekerheid. De inbreuk op eigendomsrechten wordt als gerechtvaardigd en proportioneel beoordeeld.
De conclusie van de Procureur-Generaal is om het beroep te verwerpen, waarmee de nieuwe appeltermijn van zes weken ook met terugwerkende kracht geldt voor procedures waarin de uitspraak na 1 augustus 2005 is gedaan, ongeacht de aanvang van de procedure.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen en de nieuwe appeltermijn van zes weken geldt ook met terugwerkende kracht voor uitspraken na 1 augustus 2005.