ECLI:NL:PHR:2008:BD0709
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor schuld aan dodelijk verkeersongeval onder invloed van alcohol
Op 17 september 2005 reed verdachte met een snelheid van 50 à 60 km/u over een onverlichte parallelweg toen hij zonder te remmen tegen het slachtoffer botste, die gehurkt of knielend deels op de rijbaan zat. Het slachtoffer droeg donkere kleding en overleed aan de gevolgen van het ongeval.
Verdachte had een ademalcoholgehalte van 435 µg/l en voerde dimlicht. Het hof achtte bewezen dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend had gereden, mede door het niet remmen en het rijden onder invloed, waardoor het ongeval aan zijn schuld te wijten was.
De verdediging voerde aan dat het slachtoffer onzichtbaar was en dat verdachte het ongeval onmogelijk kon voorkomen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het bewijs van schuld onvoldoende had gemotiveerd en dat niet zonder meer kon worden aangenomen dat sprake was van schuld in de zin van art. 6 WVW Pro 1994.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij de ernst van het tekortschieten als verkeersdeelnemer en de omstandigheden van het geval opnieuw moeten worden gewogen.
De zaak betreft de beoordeling van schuld bij een dodelijk verkeersongeval onder invloed van alcohol, waarbij zichtbaarheid, snelheid, remgedrag en verkeersgedrag centraal stonden.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van schuld aan dodelijk verkeersongeval.