ECLI:NL:PHR:2008:BD1499
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging koopovereenkomst economische eigendom onverdeeld aandeel wegens dwaling
De zaak betreft een geschil tussen broer en zus over de vernietiging van een koopovereenkomst uit 1995 waarbij de zus haar economische eigendom van haar onverdeeld aandeel in de ouderlijke woning aan haar broer verkocht. Eiseres stelt dat zij heeft gedwaald over de waarde van de woning en dat de koopprijs aanzienlijk lager was dan de werkelijke waarde.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de koopovereenkomst vernietigd moest worden wegens dwaling en stelde de verdeling van de gemeenschap vast. Het hof verklaarde echter het hoger beroep van verweerder niet-ontvankelijk, vernietigde de vonnissen van de rechtbank en wees de vorderingen van eiseres af. Het hof oordeelde dat de koopovereenkomst niet kon worden aangemerkt als een verdeling van de gemeenschap en dat eiseres onvoldoende had gesteld om aan te tonen dat zij door dwaling was benadeeld.
In cassatie klaagt eiseres dat het hof ten onrechte art. 3:196 BW Pro niet toepaste en onvoldoende rekening hield met de taxaties die een benadeling van meer dan een vierde aantoonden. De Hoge Raad oordeelt dat art. 3:196 BW Pro niet van toepassing is op de koopovereenkomst omdat deze niet als een verdeling van de gemeenschap kan worden beschouwd. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat eiseres onvoldoende heeft gesteld om te concluderen dat verweerder haar onjuiste informatie heeft verstrekt over de waarde van de woning.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof dat de vernietiging van de koopovereenkomst afwijst.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de koopovereenkomst blijft in stand.