ECLI:NL:PHR:2008:BD1842
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over stuiting verjaring en excedentschade bij WAM-verzekering na verkeersongeval
In deze zaak staat centraal of de stuiting van de verjaring van een vordering tegen een WAM-verzekeraar ook doorwerkt voor het deel van de schade dat de verzekerde som overschrijdt. De zaak betreft een ernstig motorongeval uit 1977 waarbij de benadeelde langdurig letsel opliep en aanspraak maakt op schadevergoeding van zowel de werkgever van de bestuurder als diens WAM-verzekeraar.
De Hoge Raad overweegt dat de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) tot doel heeft verkeersslachtoffers ruim te beschermen. Artikel 10 lid 4 WAM Pro bepaalt dat stuitingshandelingen jegens de verzekeraar ook de verjaring jegens de verzekerde stuiten. Het hof had geoordeeld dat deze doorwerking ook geldt voor het excedent boven de verzekerde som, wat de Hoge Raad bevestigt. Dit voorkomt onduidelijkheid en waarborgt de positie van de benadeelde.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de brief van 2 maart 1989 waarin aanspraak op wettelijke rente wordt gemaakt, als een deugdelijke aanmaning kan gelden. Ten slotte bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof over de omvang van de schade en de wijze van bewijsvoering, waarbij het hof een ruime beoordelingsvrijheid heeft.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de arresten van het hof die de aansprakelijkheid en schadevergoeding toewijzen, inclusief de doorwerking van stuiting van verjaring voor het gehele schadebedrag, ook boven de verzekerde som.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de stuiting van de verjaring jegens de WAM-verzekeraar ook geldt voor de schade boven de verzekerde som en wijst het cassatieberoep af.