ECLI:NL:PHR:2008:BD2007
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt erkenning Belgisch verstekvonnis onder EEX-Verordening
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker verworpen tegen de beschikking van de rechtbank Leeuwarden die de tenuitvoerlegging in Nederland van een Belgisch verstekvonnis toestond. Het verstekvonnis was gewezen door de Rechtbank van Koophandel te Turnhout, België.
Verzoeker stelde dat erkenning van het verstekvonnis strijdig was met de Nederlandse openbare orde omdat het vonnis onterecht bij verstek was gewezen, waardoor het recht op verweer en het beginsel van hoor en wederhoor waren geschonden. De rechtbank verwierp dit bezwaar omdat in de verzetprocedure tegen het verstekvonnis verzoeker wel degelijk in de gelegenheid was gesteld om verweer te voeren, en het verstekvonnis integraal was bevestigd.
Daarnaast klaagde verzoeker dat de rechtbank ambtshalve had moeten onderzoeken of de erkenning moest worden geweigerd wegens onregelmatige of niet-tijdige betekening van het inleidend processtuk. De Hoge Raad oordeelde dat dit gebrek aan belang had omdat het rechtsmiddel van verzet was ingesteld en het verstekvonnis was bevestigd, zodat de weigeringsgrond niet van toepassing was.
De Hoge Raad concludeerde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de erkenning en tenuitvoerlegging van het Belgische verstekvonnis in Nederland wordt bevestigd.