ECLI:NL:PHR:2008:BD2446
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot inbraak met braak aan woning te Utrecht
Verdachte werd door het Gerechtshof veroordeeld wegens poging tot diefstal gedurende de nacht, waarbij hij zich met braak toegang tot een woning aan de Westerdijk te Utrecht verschaftte. Het hof legde een gevangenisstraf van drie maanden op en kende gedeeltelijke schadevergoeding toe aan de benadeelde partij.
In cassatie werd geklaagd over de wijze van betekening van de appeldagvaarding en over de onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring van het daderschap. De Hoge Raad oordeelde dat het proces-verbaal geen aanwijzingen bevatte dat de niet-gemachtigde raadsman de gelegenheid had gehad te klagen over de betekening, waardoor de klacht in cassatie ontvankelijk was.
De Hoge Raad stelde vast dat de appeldagvaarding rechtsgeldig was betekend door uitreiking aan de griffier na vergeefse aanbieding op het GBA-adres en verzending per gewone brief. Daarnaast werd geoordeeld dat de bewezenverklaring voldoende was gemotiveerd op basis van getuigenverklaringen, politieverklaringen en de omstandigheden waaronder verdachte werd aangehouden met een zaklamp en schroevendraaier.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling en straf ongewijzigd bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot drie maanden gevangenisstraf wegens poging tot inbraak met braak.