ECLI:NL:PHR:2008:BD2568
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid inleidende dagvaarding wegens ontbreken onderzoek detentie verdachte
In deze zaak is verdachte bij verstek veroordeeld wegens het niet sluiten en in stand houden van een verplichte motorrijtuigverzekering. De advocaat van verdachte stelde cassatie in met het middel dat zowel de appeldagvaarding als de inleidende dagvaarding niet rechtsgeldig waren betekend.
De Hoge Raad oordeelt dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend conform art. 588 Sv Pro, waardoor het middel hierover faalt. Echter, de inleidende dagvaarding was uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats van verdachte bekend was, zonder dat de rechtbank had onderzocht of verdachte ten tijde van de betekening gedetineerd was.
Omdat de detentieplaats als verblijfplaats geldt, had de rechtbank dit moeten onderzoeken. Het nalaten hiervan leidt tot nietigheid van de inleidende dagvaarding op grond van art. 590 lid 1 Sv Pro. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en verklaart de inleidende dagvaarding nietig, behoudens het vonnis van de rechtbank te Almelo.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de inleidende dagvaarding nietig wegens het ontbreken van onderzoek naar detentieplaats verdachte.