ECLI:NL:PHR:2008:BD2774
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over witwassen opbrengst fiscale delicten en vereiste wetenschap verdachte
De zaak betreft cassatie tegen een vrijspraak van verdachte voor witwassen van gelden afkomstig uit de handel in soft drugs van haar echtgenoot. De rechtbank had verdachte veroordeeld, maar het hof sprak haar vrij wegens onvoldoende bewijs dat zij wist dat het geld uit een misdrijf afkomstig was, mede omdat het hof oordeelde dat zwart geld uit fiscale delicten niet als afkomstig uit enig misdrijf kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad stelt dat de wet en wetsgeschiedenis geen beperkingen stellen aan het soort misdrijf als grondslag voor witwassen, behalve dat het om een misdrijf moet gaan. De omstandigheid dat geld voor de fiscus wordt verzwegen betekent niet dat het niet uit een misdrijf afkomstig kan zijn. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door zwart geld uit fiscale delicten niet als witwasbaar te beschouwen.
Verder bespreekt de Hoge Raad de vereisten voor uitdrukkelijk onderbouwde standpunten van het OM en de advocaat-generaal, en bevestigt dat het hof terecht het standpunt van de advocaat-generaal niet heeft aanvaard omdat dit niet uitdrukkelijk ter terechtzitting was ingenomen. Het hof heeft de bewijsmiddelen anders gewaardeerd dan de rechtbank, wat niet onbegrijpelijk is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting. Hiermee wordt bevestigd dat ook zwart geld uit fiscale delicten als afkomstig uit enig misdrijf kan gelden voor witwassen en dat wetenschap of redelijkerwijs vermoeden daarvan vereist is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onjuiste rechtsopvatting over witwassen van zwart geld uit fiscale delicten.