ECLI:NL:PHR:2008:BD4860
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontnemingsmaatregel bij gezamenlijke hennepteelt met correctie toerekening voordeel
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over een cassatieberoep tegen een ontnemingsvonnis waarbij betrokkene werd verplicht tot betaling van € 34.524,00 aan wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepplantage. Het hof had vastgesteld dat betrokkene samen met anderen 875 hennepplanten teelde en op basis van het 'Rapport Weeda' het voordeel berekend op circa € 41.510,00, verminderd met elektriciteitskosten.
Betrokkene voerde aan dat hij onschuldig was en dat er geen oogst had plaatsgevonden. Ook stelde hij dat het voordeel niet volledig aan hem kon worden toegerekend omdat de teelt in vereniging met anderen was gepleegd. Het hof had echter zonder nadere motivering het gehele voordeel aan betrokkene toegerekend.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof de aanwijzingen omtrent gezamenlijke daderschap onvoldoende heeft gemotiveerd en dat bij gebrek aan concrete aanwijzingen voor een andere verdeling het voordeel pondspondsgewijs moet worden toegerekend. Daarom wordt het bedrag waar betrokkene toe wordt veroordeeld gehalveerd tot € 17.262,00.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep voor het overige en bevestigt daarmee de ontnemingsmaatregel, met deze correctie in de toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontnemingsmaatregel en stelt het te betalen bedrag vast op € 17.262,00 wegens gezamenlijke hennepteelt.