ECLI:NL:PHR:2008:BD4863
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs voor opzet henneptransport
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van circa 715 kilogram hennep in Nederland. Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder afgeluisterde telefoongesprekken en verklaringen van getuigen.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte op het moment van het binnenbrengen van de dozen nog niet wist dat deze hennep bevatten. Het hof heeft dit standpunt onvoldoende gemotiveerd weerlegd en heeft geen aparte overweging gewijd aan het verweer dat verdachte ten tijde van het telefoongesprek met een mededader nog niet op de hoogte was van de inhoud van de dozen.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte op of omstreeks 9 januari 2003 wist dat de dozen hennep bevatten, ook niet onder voorwaardelijk opzet. De bewezenverklaring is daarom niet met redenen omkleed en schiet tekort. Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor het opzet van verdachte; de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.